Mijn klas

Bewuste en onbewuste banden

Bewuste en onbewuste banden

Ter ere van zijn gouden jubileum als oud-leerling kwam Hugo De Clercq (LW 61, de allereerste promotie Latijn Wetenschappen) uit Argentinië overgevlogen om zijn vrienden toe te spreken. Hij legde uit hoe de banden die het college smeedt onvoorspelbaar kunnen zijn, maar wel altijd verrijkend. Het college is als een golf in iemands leven aanwezig: soms op de achtergrond, maar vaak komt het via vriendschappen opnieuw op de voorgrond.

Zo blikt Hugo terug ...

Wanneer ik aan het Sint-Lievenscollege denk, dan denk ik aan het metalen bed op het internaat, één of andere vechtpartij, een welverdiende oorveeg,dankbaarheid voor de muziek van Jan Hellinckx en voor het gezond verstand van Albert De Wachter. Voeg er nog een paar goede vrienden aan toe en het plaatje is volledig.

Breker van Stenen

Na het college kwam de universiteit en men begon aan één of meerdere loopbanen, waarbij de herinnering aan dat eerste jaar Latijn-Wetenschappen en aan de negen andere pioniers onvermijdelijk vervaagde. Uit het oog was uit het hart. Het lidmaatschap van de Oud-leerlingenbond was een kwestie van ‘noblesse oblige’, maar verder had het voor mij niets om het lijf. Het Jaarboek werd bij gelegenheid doorbladerd om te zien wie wat deed, te speuren naar academici in den vreemde, een voorzitter van de senaat, een voorloper van Indiana Jones , een moderne Bula Matari of enkele ‘Masters of the Universe’. Toen kon ik niet vermoeden dat het college, onbewust en vast ongewild, met kleine stapjes zou terugkeren. Het begon met een krans oud-leerlingen, die mijn weg kruisten in de meest diverse landen. Sommigen onder hen stapten een korte tijd langs hetzelfde pad omdat we interesses deelden of zaken deden in dezelfde markt. Op het college had ik hen nooit gekend, maar het college was een goed bindmiddel.

Onder hen was Urbain Van Ballaer (LG 59), stichter en voorzitter van de Belgisch-Arabische Vereniging, met wie ik vaak van gedachten wisselde in de late jaren zeventig toen mijn echtgenote en ik in het Midden Oosten woonden. Later was daar Frans Blondé (LG 56), die in zijn kwaliteitsbedrijf zo’n mooie kalenders drukte en nog veel meer voor een reeks Japanse bedrijven. Wij zagen elkaar in Tokio of Osaka, maar nooit in Antwerpen. Maar meestal waren het vrienden, voor wie geen buitenland te ver was om mij te vinden. Dankzij hen werden opnieuw sterke vriendschapsbanden gesmeed na een bezoek in Tokio of in New York. Mijn vrouw en ik zijn er nog heel erkentelijk voor dat Joris De Maeyer en Roger De Ceuster, hier onder de jubilarissen, ons toen weer opgevist hebben. Zij hebben ons samen met Lieve en Mia vele keren in Antwerpen van hun genereuze gastvrijheid laten genieten.

Uit de retorica 1969 hield ik zelfs een familielid over: Pierre De Paepe, die mijn
Argentijnse schoonzus huwde en haar naar diverse arme landen sleepte in zijn
jihad tegen bacteriën en virussen. Uiteindelijk kwamen zij ook in Buenos Aires
wonen om zich verder binnen Latijns-Amerika bezig te houden met diverse
projecten en preventieve gezondheidszorg voor het Antwerps Tropisch Instituut

Piet Shaw

Het merkwaardigste geval is stellig dat van een oud-leerling die mij een kwart eeuw na zijn tragische dood wist te boeien. Ik heb het dan over Piet Shaw (LG 45). Hij had mij al tijdens zijn leven geïntrigeerd. Ik ging sedert mijn huwelijk in 1968 af en toe naar Argentinië, waar de familie van mijn echtgenote woonde en zoals ik al zei, speurde ik af en toe in het jaarboek naar de moderne Bula Matari. Ik had gemerkt dat er zo een in de buurt woonde – het is te zeggen, op 1500 km – in de tropische Gran Chaco van buurland Paraguay. Ik kwam er nooit toe om hem tijdens zijn leven te gaan bezoeken. Ik kende hem ook niet. Maar een paar jaren geleden, in 2008, werd een andere bisschop beëdigd. Vrienden hadden ons uitgenodigd om dat in Asuncion te gaan beleven. Toen wij op een avond te gast waren bij onze Belgische ere-consul begon een van de andere genodigden, Piet Van Waeyenberghe, te vertellen over het werk van Piet Shaw – die ook bisschop geworden was. Minder dan een jaar later vernam ik dat een Duitse theoloog aan een dossier werkte ter voorbereiding van Piet Shaws zaligverklaring en dat er vijfentwintig jaar na diens overlijden nog jaarlijks duizenden jongeren op bedevaart gingen naar Piet’s graf in Paraguay. Toen meende ik dat de kringloop van de oud-leerlingen kon gesloten worden met een actie in en door het college, waarvoor heel wat mensen een bijdrage leverden. Ik kan ze hier lang niet allemaal vermelden maar zeker onze oud-leraar Albert De Wachter, die Piet Shaw in de Tweede Wereldoorlog nog als leerling had, en mensen zoals Patrick Guiette, die waarmaakten dat dit college zijn lichtende voorbeelden in ere kan houden.

Hugo De Clercq (LW 61)

Bewuste en onbewuste banden
Alumni
sluit

Geen toegang

U moet ingelogd zijn om dit bestand te kunnen downloaden.
Nog geen profiel? Registreer u dan nu.